Werkwijze Econsultancy beschikt over een eigen opgravingsvergunning, afgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De opgravingsvergunning geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de rijksdienst stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Door de opgravingsvergunning zijn we gecertificeerd om alle archeologische werkzaamheden uit te voeren en leveren daarnaast advies aan overheidsinstellingen, bouwbedrijven en projectontwikkelaars met betrekking tot ruimtelijke planvorming, bestemmingswijzigingen en inpassing van archeologisch onderzoek in grootschalige ontwikkelingen. Econsultancy werkt volgens de richtlijnen zoals die in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) zijn opgesteld. De KNA is ontwikkeld door het archeologische veld en bevat alle eisen waar archeologisch onderzoek en het beheer van archeologisch vondst- en documentatiemateriaal minimaal aan moet voldoen. Het vormt een handboek, waarin de inhoudelijke en ambachtelijke eisen van archeologische werkzaamheden in het proces van Archeologische Monumentenzorg beschreven zijn en de eisen die gesteld worden aan de uitvoerders binnen dat proces. Dit zijn zowel private als ook publieke partijen. Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een selectiebesluit door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek genomen. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan het bevoegd gezag besluiten dat een vindplaats van dermate groot belang is dat deze behouden moet worden in situ. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermt te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting. Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste stap om te bepalen of er archeologische waarden in een bepaald gebied aanwezig kunnen zijn, is door een archeologisch bureauonderzoek uit te laten voeren. |