Daar waar het landschap nog in een natuurlijke vorm aanwezig is, wordt de geomorfologie verweven met ecologie en cultuurhistorie. De combinatie van geomorfologie, geologie en bodem met ecologie, cultuurhistorie, waterkwaliteit en landschap, doet een waardevol landschap ontstaan. De niet-levende natuur legt de basis voor de grote verscheidenheid aan landschappelijke waarden. Echter, door ondermeer vergraving en ontwatering wordt het natuurlijke reliëf in ons landschap schaarser.
Beschikbare informatiebronnen (zowel historisch-geografisch, historisch, geologisch, geomorfologisch, bodemkundig als ecologisch) leiden tot een gebiedsspecifieke beoordeling van de geomorfologische en bodemkundige gaafheid van een onderzoeksgebied. Aan de hand hiervan wordt vastgesteld of de voorgenomen plannen mogelijk schade toebrengen aan het geheel van aardkundige waarden. Aardkundig waardevolle gebieden zijn interessant voor de wetenschap, onderwijs, ecologie, cultuurlandschap, recreatie en toerisme. Maar ook lokaal kunnen gebieden en elementen waardevol zijn door hun bijdrage aan het leefkwaliteit en de landschappelijke karakteristiek van een gemeente. Aardkundig waardevolle gebieden zijn ons geoheritage, ofwel ons aardkundig erfgoed. Nederland kent (nog geen) generiek of specifiek beleid op het gebied van aardkundige waarden en aardkundig erfgoed. Provincies handelen vanuit het besef dat aardkundige waarden vooral van belang zijn bij de (her)inrichting en beheer van gebieden met een hoge natuurwaarde. Richtlijnen en protocollen voor de analyse van aardkundige waarden ontbreken echter vooralsnog in de beleidsondersteuning en beheer. Beleid en regelgeving op dit vlak moeten in de toekomst kwalitatieve analyses van aardkundige waarden vaststellen. Aardwetenschappers kunnen helpen deze analyses doelgericht uit te voeren.
|